

De rol van materiaal
In de wereld van champagne speelt het materiaal waarin de wijn wordt gemaakt een grotere rol dan veel mensen denken. In eerdere blogs keken we al naar de invloed van hout en roestvrij staal. Beide materialen geven een heel eigen karakter aan de wijn. Maar er is nog een derde categorie die steeds vaker opduikt in de kelders van Champagne: beton, klei en keramiek.
Deze materialen worden gebruikt in verschillende vormen. Denk aan grote betonnen tanks, maar ook aan zogenaamde betonnen eieren of keramische amforen. Op het eerste gezicht lijken ze misschien minder modern dan roestvrij staal en minder traditioneel dan houten vaten. Toch kiezen steeds meer wijnmakers bewust voor deze materialen omdat ze een heel eigen invloed hebben op de ontwikkeling van de wijn.
Beton en keramiek zijn namelijk licht poreus. Dat betekent dat er een kleine hoeveelheid zuurstof bij de wijn kan komen, vergelijkbaar met wat er gebeurt bij hout. Tegelijkertijd geven deze materialen zelf geen smaak af aan de wijn. Daardoor blijft het fruitige karakter van de druiven puur en intact, terwijl de wijn toch langzaam kan ontwikkelen.
Dat maakt deze manier van vinificatie bijzonder interessant voor champagneproducenten die op zoek zijn naar balans tussen frisheid, textuur en complexiteit. De wijn kan zich iets ronder en gelaagder ontwikkelen dan in roestvrij staal, zonder dat er aroma’s van hout ontstaan. Steeds meer huizen experimenteren daarom met verschillende materialen in hun kelder. Sommige basiswijnen worden in staal vergist voor maximale frisheid, terwijl andere partijen juist in beton of keramiek worden gemaakt om extra structuur te creëren. Door deze technieken te combineren kunnen wijnmakers hun champagnes nog preciezer vormgeven.
In deze blog kijken we daarom naar de invloed van beton, klei en keramiek op champagne. Wat gebeurt er precies met de wijn in deze vaten? En waarom kiezen sommige producenten juist voor deze bijzondere manier van vinificatie? .
Amforen bij Henri Giraud
Tijdens een bezoek aan Henri Giraud champagne valt op dat het huis niet alleen experimenteert met hout, maar ook met andere materialen. In de kelder staan namelijk verschillende Amforen, grote vinificatie potten van klei of keramiek die worden gebruikt voor de vinificatie en rijping van bepaalde basiswijnen.
Het gebruik van amforen is eigenlijk een zeer oude techniek die tegenwoordig opnieuw wordt ontdekt door wijnmakers. Het materiaal is licht poreus, waardoor een kleine hoeveelheid zuurstof bij de wijn kan komen. Tegelijkertijd geeft een amfora zelf geen aroma’s af, zoals dat bij hout wel kan gebeuren.
Daarnaast speelt ook de vorm van de amfora een rol. Door de ronde vorm blijven de fijne gistcellen in de wijn langzaam circuleren. Hierdoor kan de wijn zich op een natuurlijke manier ontwikkelen en ontstaat vaak meer textuur en diepte.
Voor Henri Giraud past het gebruik van amforen perfect binnen hun filosofie. Het huis onderzoekt voortdurend hoe verschillende materialen de ontwikkeling van wijn kunnen beïnvloeden. Door naast hout en staal ook met amforen te werken, kunnen ze hun champagnes nog preciezer vormgeven.
Beton in de kelder, historie in het glas
Voordat roestvrij staal zijn intrede deed in de Champagne, werkten veel huizen met grote betonnen cuves voor de vergisting en opslag van hun basiswijnen. Dat was jarenlang heel normaal. Beton bood een vrij neutrale omgeving voor de wijn, hield de temperatuur goed vast en was praktisch voor grotere volumes. Toen RVS-tanks vanaf de jaren 1970 steeds populairder werden, veranderde dat snel. Wijnmakers kregen ineens veel meer controle over temperatuur, hygiëne en precisiewerk in de kelder. Daardoor werd roestvrij staal voor veel huizen de nieuwe standaard. Toch kom je in Champagne nog altijd oude betonnen cuves tegen. Soms worden ze niet meer gebruikt, maar ze staan er nog wel. Als stille getuigen van een eerdere manier van werken. Ze herinneren aan een tijd waarin champagne op een heel andere manier werd gemaakt, met minder techniek, maar minstens zoveel aandacht voor de wijn.
Hoe beïnvloeden beton, keramiek en amfora de smaak van champagne?
Wanneer je aan de smaak van champagne denkt, denk je meestal eerst aan druivenrassen, terroir, dosage of rijpingstijd. Logisch ook. Toch speelt ook het materiaal waarin de wijn wordt vergist of gerijpt een grotere rol dan veel mensen denken. Niet alleen hout en roestvrij staal hebben invloed op de stijl van een champagne. Ook beton, keramiek, klei en amfora kunnen een duidelijke impact hebben op hoe een wijn uiteindelijk smaakt en aanvoelt.
Het bijzondere aan deze materialen is dat ze ergens tussen hout en RVS in zitten. Ze geven meestal geen uitgesproken aroma’s af aan de wijn, zoals hout dat soms doet, maar ze zijn ook niet volledig afgesloten zoals roestvrij staal. Dat maakt ze interessant voor champagnehuizen die zoeken naar een stijl met meer textuur en ontwikkeling, zonder dat het fruit wordt overschaduwd door invloeden van het vat.
Bij deze manier van vinificatie gaat het vaak minder om duidelijke smaken zoals vanille, toast of kruiden. De invloed zit eerder in de structuur van de wijn, het mondgevoel en de manier waarop aroma’s zich ontwikkelen. Je proeft vaak niet meteen: dit komt door beton of dit komt door keramiek. Wat je eerder merkt, is dat de champagne anders aanvoelt. Rustiger. Gelaagder. Soms iets zachter. Soms juist meer gespannen, maar dan met extra diepte.
Dat maakt deze materialen juist zo interessant. Ze sturen de wijn op een subtiele manier. Niet door hun eigen smaak op te dringen, maar door de omstandigheden te creëren waarin de wijn zich anders ontwikkelt. En precies dat proef je uiteindelijk in het glas.

Meer textuur zonder houtinvloed
Een van de meest interessante effecten van beton, keramiek en amfora is dat ze champagne meer textuur kunnen geven zonder dat er houtaroma’s ontstaan. Dat is een groot verschil met eikenhouten vaten. Bij hout kun je soms tonen tegenkomen van brioche, toast, noten of specerijen. Bij beton en keramiek gebeurt dat meestal niet. Deze materialen zijn veel neutraler.
Toch zijn ze niet volledig zonder invloed. Beton, klei en keramiek hebben vaak een lichte porositeit. Dat betekent dat er heel subtiel een kleine hoeveelheid zuurstof bij de wijn kan komen. Niet veel, maar net genoeg om de wijn op een rustige manier te laten ontwikkelen. Daardoor kan een champagne iets ronder en zachter worden, zonder dat hij zijn frisheid verliest.
Dat proef je vooral in het midden van de smaak. Waar een champagne uit puur RVS vaak heel strak en direct overkomt, kan een wijn uit beton of keramiek iets meer breedte hebben. Niet zwaar, niet log, maar wel met meer aanwezigheid in het glas. Alsof de wijn net iets meer ruimte inneemt op je tong.
Voor liefhebbers is dat een heel aantrekkelijk spanningsveld. Je krijgt de puurheid van een neutraal materiaal, maar toch ook een extra laag in de structuur. Het resultaat is vaak een champagne die verfijnd blijft, maar meer diepgang heeft.
Het verschil zit vaak niet in aroma, maar in gevoel
Bij champagne wordt veel gesproken over geur en smaak, maar minstens zo belangrijk is hoe de wijn aanvoelt. Juist daar zie je vaak de grootste invloed van beton, keramiek en amfora. Deze materialen veranderen niet altijd wat je ruikt, maar wel hoe de wijn zich presenteert in de mond.
Een champagne uit roestvrij staal kan heel levendig en strak zijn. Dat heeft charme. Je proeft directe citrus, spanning en energie. Een champagne die in beton of keramiek is gevinifieerd, kan daarentegen iets rustiger overkomen. Niet minder fris, maar wel met een zachtere overgang tussen zuur, fruit en structuur.
Je kunt dat omschrijven als:
- een romiger mondgevoel
- meer souplesse
- een zachtere aanzet
- meer gelaagdheid
- een langere, rustigere afdronk
Dat zijn precies de dingen waar veel liefhebbers gevoelig voor zijn. Niet iedereen zoekt alleen frisheid. Soms wil je juist een champagne die wat meer rust in het glas heeft. Minder hoekig, minder scherp afgetekend, maar wel met precisie. Beton, keramiek en amfora kunnen daarbij helpen.
Dat maakt deze materialen ook zo interessant voor wijnmakers die een pure stijl zoeken, maar niet willen eindigen met een wijn die te streng of te lineair aanvoelt.
Een andere vorm van ontwikkeling
Wat deze materialen ook interessant maakt, is dat ze de wijn op een andere manier laten rijpen. Roestvrij staal is luchtdicht. Daardoor blijft alles heel strak afgebakend. Hout laat meer interactie toe en kan ook smaak afgeven. Beton en keramiek zitten daar tussenin. Ze bieden een omgeving waarin de wijn zich rustig kan ontwikkelen, zonder extra aromatische laag van het materiaal zelf.
Daardoor kunnen aroma’s vaak meer met elkaar versmelten. In plaats van losse tonen van fruit, zuur en gist, krijg je soms een champagne die meer als één geheel overkomt. Dat geeft rust en harmonie. Niet per se uitbundiger, maar wel meer in balans.
Dat kan zich vertalen naar aroma’s die iets zachter en dieper aanvoelen. Denk aan wit fruit dat rijper overkomt, citrus die minder scherp is, een kalkachtige frisheid die beter verweven is met de rest van de wijn. Ook gist tonen kunnen soms mooier integreren, waardoor de champagne minder schreeuwerig en meer verfijnd overkomt.
Belangrijk is wel dat je niet moet denken dat beton of amfora een smaak zoals steen of klei aan de wijn geeft. Zo werkt het niet. De invloed zit niet in een letterlijk aroma van het materiaal, maar in de manier waarop de wijn zich erin ontwikkelt.
Rol van vorm: amfora werkt anders dan een ei
Niet alleen het materiaal is belangrijk. Ook de vorm van het vat of de cuve speelt een rol. Dat zie je bijvoorbeeld bij amforen en eivormige cuves. Door die ronde vormen ontstaat er vaak een natuurlijke beweging in de wijn. De fijne gistcellen blijven langer in circulatie, waardoor de wijn meer contact houdt met zijn lies.
Dat is belangrijk, want die lies zorgen vaak voor extra diepte, romigheid en spanning. Als ze op een natuurlijke manier in beweging blijven, kan de wijn zich gelijkmatiger ontwikkelen. Je hoeft dan minder in te grijpen in de kelder, terwijl de wijn wel profiteert van dat extra contact.
Voor de smaak kan dat een subtiel maar duidelijk effect hebben. Champagnes uit zulke vormen kunnen een zachtere textuur krijgen, met een iets vollere kern en een mooi geïntegreerde mousse. De bubbels voelen soms minder losstaand aan, maar meer verweven met de wijn zelf.
Dat is precies waarom deze vormen de laatste jaren zoveel aandacht krijgen. Niet omdat ze spectaculair ogen, maar omdat ze de ontwikkeling van de wijn op een natuurlijke manier kunnen beïnvloeden.
Meer terroir, minder techniek
Voor champagnehuizen die veel waarde hechten aan terroir zijn beton, keramiek en amfora ook interessant omdat ze heel neutraal kunnen werken. Hout kan veel toevoegen, maar heeft ook een duidelijk eigen karakter. RVS is heel precies, maar kan soms een wat strakkere, technischer stijl opleveren. Materialen zoals beton en keramiek bieden een middenweg.
Ze laten de wijn ontwikkelen, maar drukken er minder hun eigen stempel op. Daardoor kunnen druif, bodem en herkomst meer centraal blijven staan. Zeker bij percelen met veel karakter kan dat een groot voordeel zijn. De wijn behoudt zijn identiteit, maar krijgt tegelijk wat meer diepte en zachtheid mee.
Dat maakt deze materialen vooral interessant voor producenten die werken met afzonderlijke crus, kleine percelen of heel precieze vinificatie. Juist daar wil je zo min mogelijk ruis tussen terroir en glas. Beton, keramiek en amfora kunnen dan helpen om de wijn nét iets meer breedte te geven, zonder zijn oorsprong te verdoezelen.
Voor wie is deze stijl interessant?
Champagne die is gevinifieerd in beton, keramiek of amfora is vaak bijzonder aantrekkelijk voor liefhebbers die nét iets meer zoeken dan alleen frisheid. Het zijn wijnen voor mensen die van spanning houden, maar ook van textuur. Van zuiver fruit, maar niet van een te strakke stijl.
Deze champagnes passen vaak goed bij liefhebbers van terroir gedreven wijnen. Ook mensen die nieuwsgierig zijn naar alternatieven voor hout kunnen hier veel plezier aan beleven. Je krijgt namelijk wel extra diepte en ontwikkeling, maar zonder de meer uitgesproken signatuur van eiken.
Aan tafel kunnen deze champagnes ook heel interessant zijn. Door hun vaak wat rondere structuur en rustige opbouw combineren ze mooi met gerechten waarin finesse belangrijk is. Denk aan coquilles, witvis, gevogelte of gerechten met subtiele romigheid. Ze vragen niet om zware smaken, maar om verfijning.
Een stille maar fascinerende invloed
De invloed van beton, keramiek, klei en amfora op champagne is minder direct zichtbaar dan die van hout. Je proeft niet meteen een herkenbaar stempel. Juist daarom is het zo’n fascinerend onderwerp. Deze materialen werken stiller. Ze duwen de wijn niet in een bepaalde richting, maar begeleiden hem tijdens zijn ontwikkeling.
En dat proef je uiteindelijk wél. In de vorm van meer textuur. Meer rust. Meer samenhang. Soms een zachtere mousse. Soms een bredere kern. Soms gewoon een champagne die moeilijker uit te leggen is, maar des te interessanter om te drinken.
Precies daarin schuilt de charme. Niet alles in champagne draait om uitgesproken aroma’s. Soms zit het verschil juist in de details. In hoe een wijn beweegt. In hoe hij aanvoelt. In hoe lang hij blijft hangen. En juist materialen als beton, keramiek en amfora kunnen daar een verrassend grote rol in spelen.


































